Sta ‘s Stil: Wie ben je?

Sta eens stil

Wie ben je? Neen, niet wat ben je, maar wie ben je? De vraag aan Johannes de Doper is een dagelijkse vraag die mensen zichzelf kunnen, mogen (moeten?) stellen. Wie…? Een mens in staat tot liefde, tot bewogenheid voor medemensen die het moeilijk hebben? Wie…? Een mens in staat tot verontwaardiging voor leiders die verkeerde beslissingen nemen of voor de …

Sta ‘s Stil: Wie ben je?

Sta ‘s Stil: Na mij komt Hij die sterker is dan ik

Sta eens stil

Johannes de Doper is eigenlijk een heel uitdagende figuur. ‘Een speciaal geval’, dat is zeker! Hij is een asceet. Eet sprinkhanen en wilde honing en gaat gekleed in kameelhaar met een leren gordel om zijn lichaam. Hij komt uit de woestijn vol energie en spreekt de mensen aan, roept op tot hoop. Hij straalt die hoop uit, probeert mensen wakker …

Sta ‘s Stil: Na mij komt Hij die sterker is dan ik

Sta ‘s Stil: Wees waakzaam

Sta eens stil

Twee en drie december vieren we kerkelijk Nieuwjaar en we zullen voortaan tijdens de zondagen hoofdzakelijk het evangelie van Marcus lezen. Jezus vraagt ons nu in het evangelie tot vier keer toe: Wees waakzaam, wees wakker, wees alert, attent en aandachtig. Ja, leren op de uitkijk staan om Iemand te ontmoeten. Iemand verwachten is een actief werkwoord, dus veel meer …

Sta ‘s Stil: Wees waakzaam

Sta ‘s Stil: Christus-Koning

Sta eens stil

Geboren in een stal. Vluchtelingenkind in Egypte. Geen steen om zijn hoofd op te laten rusten. Thuis bij de armen, broer van wie honger heeft, van dorstigen, van zieken en gevangenen… “wat je aan hen doet, doe je aan Mij; laat je hen in de steek, dan laat je Mij in de steek.” Gevangen genomen, gekroond met doornen, met een …

Sta ‘s Stil: Christus-Koning

Sta eens Stil: Gegeven om vrucht te dragen

Sta eens stil

Aan christenen zijn veel talenten gegeven: geloof, hoop en liefde, de acht zaligsprekingen, het onderlinge dienstbetoon, broederlijke eenheid, een begaanbare weg, een betrouwbare reisroute, voedsel voor onderweg, het gebed, vrede en vreugde. Die talenten werden ons niet gegeven om ze veilig op te bergen of te begraven. Ze werden ons gegeven om vrucht te dragen, om winst te maken die …

Sta eens Stil: Gegeven om vrucht te dragen

Sta ‘s Stil: Olie gevraagd…

Sta eens stil

Hou je lamp brandend tegen de donkere kracht van geweld en machtsmisbruik, van geruzie en harde woorden. Hou je lamp brandend tegen de duistere macht van egoïsme en arrogantie, van geroddel en achterklap. Hou je lamp brandend tegen het loodzware gewicht van onrecht en armoede, van ongelijkheid en hebzucht. Hou je lamp brandend want voor je het weet zit je …

Sta ‘s Stil: Olie gevraagd…

Sta ‘s Stil: “Het goed kunnen zeggen”

Sta eens stil

“Het goed kunnen zeggen, maar er ook naar leven…” … dat was niet de sterkste kant van de Schriftgeleerden en Farizeeën. Ze zijn thuis in alle regeltjes en voorschriften van de Wet, maar er zelf naar leven kan hun weinig schelen… Status, aanzien, macht, in vol ornaat mee aan tafel schuiven en met je titel aangesproken worden: dat is pas …

Sta ‘s Stil: “Het goed kunnen zeggen”

Sta ‘s Stil: Allerheiligenmens zijn

Sta eens stil

ALLERHEILIGENMENS ZIJN is volop leven en nooit vergeten wie ons voorgingen is zich laten inspireren en aanvuren door alle geliefden en heiligen en helden die echt ‘mens’ waren zij begrepen wat het betekent om ‘Gods werk op aarde te voltooien’ en nu is het aan ons… hun werk verderzetten en handen reiken over de dood heen de liefde doorgeven omdat …

Sta ‘s Stil: Allerheiligenmens zijn

Sta ‘s stil: ‘Geef aan de keizer…’

Sta eens stil

Al eens stilgestaan bij die formidabele uitspraak van Jezus na die venijnige vraag van de Farizeeërs: “Is het toegestaan de keizer belasting te betalen of niet”? Geef aan de keizer wat de keizer toebehoort, en aan God wat God toebehoort!” Het is dus geen ‘ja’ of ‘neen’! Het is een serieuze doordenker! Je kiest niet vὀὀr God of vὀὀr de …

Sta ‘s stil: ‘Geef aan de keizer…’

Sta eens stil: ‘Niemand heeft ons gehuurd’

Sta eens stil

  De dag zat er bijna op voor de arbeiders van het elfde uur. Niemand had een beroep op hen gedaan. Ze zouden weer afhangen van de sociale zekerheid, die er toen niet was… De economie draaide perfect verder, ook zonder hen. Voor de landheer, de wijngaardenier, worden zij nu de eersten. Ook al hadden zij veel minder gewerkt, toch …

Sta eens stil: ‘Niemand heeft ons gehuurd’